ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9972

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-192 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herzieningsbesluit arbeidsongeschiktheidsuitkering na beoordeling belastbaarheid

Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV van 10 oktober 2003, waarin het UWV het besluit van 23 juni 2003 handhaafde dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering van appellant herzag tot een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.

De Raad overwoog dat de belastbaarheid van appellant juist was vastgesteld en dat de functies waarop het UWV de schatting baseerde, passend waren. De bezwaararbeidsdeskundige gaf aan dat het ging om eenvoudige productiewerkzaamheden met een duidelijk omschreven en niet conflicterend takenpakket. Eventuele overschrijdingen werden afdoende toegelicht.

Met betrekking tot de medische beoordeling concludeerde de Raad dat de functionele mogelijkheden van appellant niet waren onderschat en dat de informatie van behandelaars zorgvuldig was meegewogen. De Raad volgde de bezwaarverzekeringsarts in het oordeel dat aanvullende beperkingen niet noodzakelijk waren en wees het verzoek tot inschakeling van een neuropsycholoog af.

De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Breda van 2 december 2004 en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van appellant naar 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

05/192 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 2 december 2004, 03/2335
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 16 februari 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.E.F. Bredo, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2007, waar appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Bredo, voornoemd. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. Y.P.J. Derksen.
II. OVERWEGINGEN
Het inleidend beroep richt zich tegen het besluit van het Uwv van 10 oktober 2003 (het bestreden besluit) waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 23 juni 2003 strekkende tot herziening per 21 augustus 2003 van de aan appellant toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.
De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het beroep niet slaagt.
Voor wat betreft de medische component overweegt de Raad dat de functionele mogelijkheden van appellant niet zijn onderschat. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat appellant is onderzocht en dat de informatie uit de behandelende sector op voldoende en zorgvuldige wijze is meegewogen. De Raad volgt de bezwaarverzekeringsarts in zijn oordeel dat de diagnose van behandelend klinisch psycholoog/psychotherapeut
A.C. Veenstra en/of de door appellant in beroep overgelegde informatie van de psychiater L.M.G. de Wilde geen aanleiding vormen om meer beperkingen aan te nemen dan reeds in het belastbaarheidspatroon zijn aangegeven. De Raad wijst gelet op het hiervoor overwogene het verzoek tot inschakeling van een deskundige neuropsycholoog af.
Aldus ervan uitgaande dat de belastbaarheid van appellant juist is gewaardeerd, is de Raad voorts van oordeel dat de functies zoals door het Uwv ten grondslag gelegd aan de schatting terecht als voor appellant passend zijn aangemerkt. Door de bezwaararbeidsdeskundige H.A.M. Hulshof is aangegeven dat het bij de geduide functies gaat om eenvoudige productiewerkzaamheden met een afgebakend takenpakket, welke duidelijk omschreven is en niet conflicterend van aard is. Voor zover sprake is van mogelijke overschrijdingen, acht de Raad deze door de bezwaararbeidsdeskundige Hulshof afdoende toegelicht.
De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2007.
(get.) R.C. Stam.
(get.) J.E.M.J. Hetharie.