ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9974

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-590 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:72 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks onvoldoende onderzoek linkerpolsklachten

Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25%. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard vanwege het ontbreken van een deugdelijke arbeidskundige toelichting in het oorspronkelijke besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.

In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende onderzoek was verricht naar zijn linkerpolsklachten en klachten aan de linkerkant van zijn lichaam, waardoor hij niet in staat zou zijn de voorgestelde functies te vervullen. De Raad overwoog dat de medische beoordeling zorgvuldig en weloverwogen was, mede op basis van rapportages van verzekeringsartsen en een neuroloog.

De arbeidskundige toelichting werd alsnog in beroep gegeven, waardoor inzicht werd verschaft in de gronden van het bestreden besluit. De Raad vond geen aanleiding om het besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

05/590 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2004, 03/3938
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 16 februari 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. F. Kiliç, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een nader stuk ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2007, waar appellant met voorafgaand bericht niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 14 juli 2003 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv gehandhaafd zijn besluit van 14 november 2002, waarbij de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering per 24 december 2002 is herzien naar de klasse van 15 tot 25%.
De rechtbank heeft de medische component van het bestreden besluit als juist aanvaard. Voor wat betreft de arbeidskundige component van het bestreden besluit, heeft de rechtbank vastgesteld dat het bestreden besluit pas in beroep is voorzien van een deugdelijke arbeidskundige toelichting. De rechtbank heeft het beroep van appellant, gelet op de jurisprudentie van de Raad ten aanzien van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem, gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit, onder toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in stand gelaten.
Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat onvoldoende onderzoek is verricht naar de linkerpolsklachten, alsook de klachten aan de linkerkant van zijn lichaam. Door deze klachten is appellant niet in staat om de geduide functies te vervullen.
De Raad overweegt als volgt.
Voor wat betreft de medische component kent de Raad evenals de rechtbank doorslaggevende betekenis toe aan de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen. Naar het oordeel van de Raad is het onderzoek zorgvuldig en weloverwogen geweest, is de informatie van de ingeschakelde neuroloog dr. J.W. Stenvers alsook informatie uit de behandelende sector meegewogen en is in de Functionele Mogelijkheden Lijst in voldoende mate rekening gehouden met de klachten van appellant. Er zijn door appellant geen gegevens in geding gebracht, die aanleiding geven voor de veronderstelling dat sprake is van een ondeugdelijke medische oordeelsvorming.
De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, evenmin grond om ervan uit te gaan dat de aan appellant voorgehouden functies voor hem in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn. Met de door de bezwaararbeidsdeskundige M.A. Oudenaller gegeven toelichting is in beroep alsnog inzichtelijk gemaakt waarop het bestreden besluit berust. Het hoger beroep slaagt niet.
De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2007.
(get.) R.C. Stam.
(get.) J.E.M.J. Hetharie.