ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering ondanks betwisting rugklachten
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering te herzien per 24 augustus 2003, waarbij zijn mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld tussen 15 en 25%. Hij voerde aan dat zijn rugklachten werden onderschat en dat de vastgestelde belastbaarheid onjuist was, waardoor hij de geduide functies niet kon vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat het UWV op juiste medische gronden de beperkingen had vastgesteld en appellant geschikt achtte voor de voorgestelde werkzaamheden. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak na zorgvuldige beoordeling van het medisch onderzoek en de rapportages van de verzekeringsartsen.
De Raad vond geen aanleiding om het besluit te vernietigen of te wijzigen, mede omdat de toename van de klachten na de datum van het bestreden besluit niet voldoende verband hield met de eerdere vaststelling. Het onderzoek door de verzekeringsartsen werd als zorgvuldig en goed gemotiveerd beoordeeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.