ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende motivering
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering in te trekken per 14 juli 2003, omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn afgenomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep overlegt appellant aanvullende (para-)medische informatie en het UWV verstrekt een nadere arbeidskundige toelichting.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de nadere arbeidskundige motivering in hoger beroep voldoende is om het besluit te dragen, maar dat het besluit zelf strijdig is met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom wordt het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven gehandhaafd. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de arbeidsbeperkingen van appellant niet zijn onderschat en dat de medische gegevens op de relevante datum niet anders doen blijken. De zaak benadrukt het belang van een deugdelijke arbeidskundige motivering in besluiten over arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.