ECLI:NL:CRVB:2007:BA0045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste berekening dagloon voor WW-uitkering ondanks niet-gewerkte weken
Appellante werkte vanaf 15 april 2003 als secretaresse op basis van een uitzendovereenkomst bij een werkgever en stopte per 29 oktober 2003. Het UWV kende haar een WW-uitkering toe met een dagloon vastgesteld op €89,07, gebaseerd op de 26 weken voorafgaand aan haar werkloosheid. Appellante maakte bezwaar omdat in die periode drie weken geen loon werd genoten vanwege sluiting van de werkgever.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat de berekening van het dagloon volgens de Dagloonregels-IWS en het Besluit GAA uitzendkrachten correct is uitgevoerd, waarbij de referteperiode van 26 weken wordt gehanteerd inclusief een evenredige vermindering bij afwisselend wel en niet werken.
De methodiek houdt rekening met vakantietoeslag en feestdagentoeslag en verdisconteert vakantiedagen, waardoor het genieten van vakantie geen wijziging in de berekeningswijze vereist. De Raad acht deze berekeningswijze niet onaanvaardbaar en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de berekening van het dagloon door het UWV wordt bevestigd.