ECLI:NL:CRVB:2007:BA0147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering en gezamenlijke huishouding bij verhuur kamer
Betrokkene ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering en een IOAZ-uitkering naar de norm voor een alleenstaande. Hij verhuurde een kamer in zijn woning aan [C.], die voor hem kookte en waste. Appellant stelde dat sprake was van een gezamenlijke huishouding en trok de uitkering in.
De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de vraag of sprake was van wederzijdse zorg en gezamenlijke huishouding. Er is geen adequate bevraging geweest over de woon- en leefsituatie, noch is betrokkene verplicht geweest om toegang te verlenen tot de woonruimte van [C.].
Daarom is het besluit tot intrekking van de uitkering onvoldoende zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. De voorzieningenrechter heeft het besluit terecht vernietigd en herroepen. De Raad bevestigt dit oordeel en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de IOAZ-uitkering is vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldig onderzoek en motivering.