ECLI:NL:CRVB:2007:BA0378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering Anw-nabestaandenuitkering wegens ontbreken financiële band na echtscheiding
Appellante, ex-echtgenote van de overleden verzekerde, vroeg een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). De aanvraag werd afgewezen omdat zij op het moment van overlijden geen nabestaande was in de zin van de Anw, aangezien er geen vastgelegde financiële band of alimentatieplicht bestond.
De rechtbank stelde vast dat appellante haar alimentatieverzoeken had ingetrokken uit respect voor haar terminaal zieke ex-echtgenoot, maar dat dit voor haar eigen risico was. Er was geen gerechtelijke vaststelling van alimentatie en geen economische afhankelijkheid op het moment van overlijden. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en wees het hoger beroep af.
De Raad benadrukte dat de wet een strikte voorwaarde stelt voor gelijkstelling als nabestaande, namelijk een vastgelegde financiële band via een uitspraak of akte. Dit voorkomt misbruik en maakt het mogelijk de hoogte van de uitkering vast te stellen. Omdat appellante deze voorwaarden niet vervulde, kon zij geen aanspraak maken op de uitkering.
Appellante voerde aan dat er voldoende feitelijke grond was voor toekenning, maar de Raad vond dat niet aannemelijk gemaakt was dat er een alimentatieplicht bestond ten tijde van het overlijden. Er waren geen omstandigheden die een afwijking van de strikte wetstoepassing rechtvaardigden.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard; geen recht op Anw-nabestaandenuitkering wegens ontbreken financiële band.