ECLI:NL:CRVB:2007:BA0440

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-3569 WSF
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet studiefinanciering 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vordering meerinkomen en OV-studentenkaart volgens Wet studiefinanciering 2000

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die een vordering wegens meerinkomen en het bezit van een OV-studentenkaart in 2001 ongegrond verklaarde. De IB-Groep had deze vordering opgelegd vanwege overschrijding van de inkomensgrens en het onrechtmatig gebruik van de OV-studentenkaart.

Appellante voerde aan dat zij destijds verkeerd was voorgelicht door medewerkers van het steunpunt van de IB-Groep over de gevolgen van het aanvragen van een nullening, maar kon dit niet meer bewijzen. De Raad oordeelde dat er geen zekerheid bestond over de vraagstelling of het gegeven antwoord, en verwierp deze grief.

De Raad bevestigde dat de opgelegde vorderingen volledig in overeenstemming waren met de Wet studiefinanciering 2000. De aangevallen uitspraak werd daarmee bekrachtigd en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vordering wegens meerinkomen en het bezit van de OV-studentenkaart en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

06/3569 WSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 12 mei 2006, nr. 05/368 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep).
Datum uitspraak: 9 maart 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2007. Appellante is in persoon verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. K.F. Hofstee.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 18 januari 2005 heeft de IB-Groep, wegens overschrijding van de inkomensgrens in het jaar 2001, aan appellante een vordering wegens meerinkomen alsmede een vordering wegens het in bezit gehad hebben van een OV-studentenkaart gedurende de maanden januari tot en met mei en oktober tot en met december 2001 opgelegd.
Bij besluit van 1 maart 2005 heeft de IB-Groep het bezwaarschrift van appellante tegen het besluit van 18 januari 2005 ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het besluit van 1 maart 2005 bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.
Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij destijds door medewerkers van het steunpunt van de IB-Groep verkeerd is voorgelicht over de gevolgen van het aanvragen van een nullening, maar dat zij dat vijf jaar na dato niet meer kan bewijzen. Naar haar mening dient een nullening geen enkel doel, behalve dat van misleiding van de studerende.
Deze grief treft geen doel. Er bestaat geen enkele zekerheid over de vraagstelling waarmee appellante zich destijds tot het steunpunt heeft gewend, noch over het door het steunpunt gegeven antwoord. Er is dan ook geen grond om als vaststaand aan te nemen dat appellante onjuist is voorgelicht.
De opgelegde vordering wegens meerinkomen en de vordering wegens het in bezit gehad hebben van de OV-studentenkaart zijn volledig in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van de Wet studiefinanciering 2000. De Raad verwijst met instemming naar hetgeen de rechtbank hieromtrent heeft overwogen.
Uit het vorenstaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
Er zijn geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2007.
(get.) J. Janssen.
(get.) M.H.A. Uri.
TM