ECLI:NL:CRVB:2007:BA0441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering wegens meerinkomen en reisvoorziening studiefinanciering
Appellante werd door de IB-Groep een vordering opgelegd wegens overschrijding van de inkomensgrens in 2002, inclusief een vordering ter zake van de genoten reisvoorziening. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij te goeder trouw was en dat de opgelegde boete niet in verhouding stond tot de vermeende overtreding.
De Raad overwoog dat de lijfrenteconstructie fiscaal aantrekkelijk kan zijn, maar nadelig uitpakt voor studiefinanciering indien het toetsingsinkomen wordt overschreden. Tevens maakte de Raad duidelijk dat het woord 'boete' onjuist is gebruikt in het primaire besluit; de Wet studiefinanciering 2000 kent geen boete, maar een compensatoire vordering ter grootte van de kosten van de OV-studentenkaart of vervangende reisvoorziening.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep geen doel treft en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vordering wegens meerinkomen en de compensatoire vordering voor de reisvoorziening en verklaart het hoger beroep ongegrond.