ECLI:NL:CRVB:2007:BA0717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep op bovenwettelijke ziekengelduitkering na wetswijziging
Appellant, samen met zijn zwager zelfstandig slager, had sinds 1980 een vrijwillige verzekering voor de Ziektewet afgesloten via een bedrijfsvereniging. Na ziekmelding in maart 2004 ontving hij een uitkering van 70% van het dagloon, waartegen hij bezwaar maakte omdat hij meende recht te hebben op 100% bovenwettelijke ziekengelduitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat de wettelijke regeling sinds 1 januari 1994 met de invoering van de Wet terugdringing ziekteverzuim (WTZ) de mogelijkheid tot bovenwettelijke uitkering had doen vervallen. Het Bovenwettelijke Uitkeringsbesluit (BWU) was per 1 juli 2004 vervallen en de Ziektewet bepaalde sinds 1996 dat vrijwillig verzekerden recht hebben op 70% van het dagloon.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en overweegt dat appellant op de hoogte had kunnen zijn van de wetswijzigingen. De bedrijfsvereniging en haar rechtsopvolgers hadden de vrijwillig verzekerden geacht te informeren over de veranderingen. Het feit dat mogelijk de boekhouder de informatie ontving, doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitkering van 70% van het dagloon bevestigd.