ECLI:NL:CRVB:2007:BA0717

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-503 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
  • M.S.E. Wulffraat-van Dijk
  • F.A.M. Stroink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 ZWArt. 57 ZWArt. 8:75 AwbWet terugdringing ziekteverzuim
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing beroep op bovenwettelijke ziekengelduitkering na wetswijziging

Appellant, samen met zijn zwager zelfstandig slager, had sinds 1980 een vrijwillige verzekering voor de Ziektewet afgesloten via een bedrijfsvereniging. Na ziekmelding in maart 2004 ontving hij een uitkering van 70% van het dagloon, waartegen hij bezwaar maakte omdat hij meende recht te hebben op 100% bovenwettelijke ziekengelduitkering.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat de wettelijke regeling sinds 1 januari 1994 met de invoering van de Wet terugdringing ziekteverzuim (WTZ) de mogelijkheid tot bovenwettelijke uitkering had doen vervallen. Het Bovenwettelijke Uitkeringsbesluit (BWU) was per 1 juli 2004 vervallen en de Ziektewet bepaalde sinds 1996 dat vrijwillig verzekerden recht hebben op 70% van het dagloon.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en overweegt dat appellant op de hoogte had kunnen zijn van de wetswijzigingen. De bedrijfsvereniging en haar rechtsopvolgers hadden de vrijwillig verzekerden geacht te informeren over de veranderingen. Het feit dat mogelijk de boekhouder de informatie ontving, doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt verworpen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitkering van 70% van het dagloon bevestigd.

Uitspraak

05/503 ZW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 20 december 2004, 04/1637 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 14 maart 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 januari 2007. Namens appellant is verschenen G.H.F.A. Brugman, zwager van appellant. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.J. Belder.
II. OVERWEGINGEN
Appellant is samen met zijn zwager werkzaam als zelfstandig slager. Per 1 januari 1980 hebben zij een vrijwillige verzekering voor de Ziektewet (ZW) afgesloten bij de toenmalige bedrijfsvereniging voor, onder meer, het slagersbedrijf “De Samenwerking” (hierna: de Samenwerking).
Per 29 maart 2004 heeft appellant zich ziek gemeld bij het Uwv. Blijkens de uitkeringsspecificatie van 14 april 2004 heeft het Uwv over de periode van 31 maart 2004 tot en met 5 april 2004 aan appellant uitkering ingevolge de ZW betaald ter hoogte van 70% van het dagloon. Tegen deze uitkeringsspecificatie heeft appellant bezwaar gemaakt en gesteld dat hem ziekengeld naar 100% van het dagloon diende te worden uitbetaald. Bij besluit van 17 juni 2004 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Naar aanleiding van hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd overweegt de Raad als volgt.
Blijkens artikel 29 van Pro de ZW zoals dat artikel destijds luidde bedroeg het ziekengeld 80% van het dagloon. Artikel 57 van Pro de ZW (oud) bood de mogelijkheid werknemers een bovenwettelijk ziekengeld te betalen. De Samenwerking heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en het Bovenwettelijke Uitkeringsbesluit (BWU) vastgesteld. Daarin is bepaald dat aan werknemers ziekengeld ter hoogte van 100% van het dagloon wordt uitbetaald. Het BWU gold alleen voor verplicht verzekerden.
Per 1 januari 1986 is de ZW gewijzigd en is de hoogte van het wettelijk ziekengeld vastgesteld op 70% van het dagloon. De Samenwerking heeft besloten vanaf dat moment het BWU ook voor de vrijwillig verzekerden van de risicogroep slagers te doen gelden, waardoor ook aan hen ziekengeld naar 100% van het dagloon werd uitbetaald.
Met de invoering van de Wet terugdringing ziekteverzuim (WTZ) per 1 januari 1994 is de mogelijkheid van een bovenwettelijke ziekengelduitkering vervallen. Blijkens artikel XVII van het overgangsrecht bij de WTZ zijn besluiten als het BWU per 1 juli 2004 vervallen.
Met de wijziging van de ZW per 1 maart 1996 is de hoogte van het ziekengeld van de vrijwillig verzekerde vastgesteld op 70% van het dagloon.
Gelet op de hiervoor weergegeven wettelijke regeling had appellant, naar de rechtbank met juistheid heeft overwogen, ter zake van zijn ziekmelding per 29 maart 2004 geen recht op ziekengeld naar 100% maar naar 70% van het dagloon.
De Raad is van oordeel dat deze verandering in de regelgeving appellant bekend had kunnen en behoren te zijn. De Raad acht niet aannemelijk dat de samenwerking en haar rechtsopvolgers de bij hen aangesloten vrijwillig verzekerden niet hebben geïnformeerd over de wijzigingen in wet- en regelgeving met betrekking tot uitkeringen bij ziekte. Dat mogelijk niet appellant zelf maar zijn voormalige boekhouder deze informatie heeft ontvangen, maakt dit niet anders.
Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en M.S.E. Wulffraat-van Dijk en F.A.M. Stroink als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2007.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.