ECLI:NL:CRVB:2007:BA0899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- S. Sweep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen besluit loondoorbetalingsverplichting en WAO-aanvraag
Appellant ging in hoger beroep tegen een besluit van het UWV waarin de loondoorbetalingsverplichting werd verlengd en de WAO-aanvraag van een werknemer werd afgewezen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard. Tijdens het hoger beroep trok het UWV het bestreden besluit in naar aanleiding van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.
De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek. Appellant stemde in met de nieuwe beslissing van het UWV en verzocht tevens om vergoeding van proceskosten. De Raad oordeelde dat het belang bij het hoger beroep niet langer aanwezig was, omdat het besluit was ingetrokken en appellant geen verzoek had ingediend op grond van artikel 8:73 Awb Pro.
De Raad wees het hoger beroep af als niet-ontvankelijk en bepaalde dat het UWV een bedrag van €966,- aan proceskosten aan appellant moest vergoeden, inclusief het betaalde griffierecht. Verzoeken tot vergoeding van reiskosten voor gemachtigden en kosten van een managementadviseur werden afgewezen vanwege de toepasselijke regelgeving in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.