ECLI:NL:CRVB:2007:BA0960
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid per 24 september 2002
Appellante staakte haar werkzaamheden in mei 1993 wegens psychische klachten en werd vanaf mei 1994 voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt verklaard en kreeg een WAO-uitkering. In 2002 werd de uitkering herzien naar 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid. Appellante stelde dat het onderzoek door de verzekeringsarts onzorgvuldig was, met name dat er onvoldoende inlichtingen waren ingewonnen bij de behandelende sector en dat medische informatie niet adequaat was beoordeeld.
De rechtbank handhaafde het besluit, en ook in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd. De bezwaarverzekeringsarts had dossieronderzoek verricht en de inlichtingen uit de behandelende sector centraal gesteld. Een aanvullend medisch onderzoek was niet noodzakelijk.
De Raad overwoog dat het rapport van de bezwaarverzekeringsarts, dat voorafgaand aan het bestreden besluit was opgesteld, gemotiveerd was en rekening hield met de door appellante ingediende medische informatie. De latere hernieuwde vaststelling van een hogere arbeidsongeschiktheid per 8 mei 2003 deed niet af aan de juistheid van het bestreden besluit per 24 september 2002.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid per 24 september 2002 wordt bevestigd.