ECLI:NL:CRVB:2007:BA0973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn
Appellant diende bezwaar in tegen een besluit van het UWV van 10 juni 2005. De wettelijke bezwaartermijn liep van 11 juni tot en met 22 juli 2005. Het bezwaarschrift was gedateerd op 22 juli 2005, maar werd pas op 26 juli 2005 ontvangen door het UWV, met een poststempel van 24 juli 2005.
Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn, hetgeen door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep stelde appellant dat hij het bezwaarschrift tijdig, op 22 juli 2005 na 18.00 uur, had gepost, maar dat de poststempel door de laatste buslichting pas op 24 juli was gezet.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde dat het bezwaarschrift daadwerkelijk op 22 juli was gepost. De poststempel is een belangrijke aanwijzing en appellant moest aantonen dat het niet later was gepost. Een belangenafweging speelde geen rol, omdat appellant al lang bekend was met de kwestie. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.