ECLI:NL:CRVB:2007:BA1030
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Herhaalde weigering erkenning als burgeroorlogsslachtoffer na terughoudende toetsing
Appellant, geboren in 1937 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht in 1996 om erkenning als burgeroorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten veroorzaakt door gebeurtenissen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode. Dit verzoek werd afgewezen omdat niet was gebleken dat appellant was getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
In februari 2005 diende appellant een herzieningsverzoek in, dat eveneens werd afgewezen omdat hij geen nieuwe feiten of gegevens aanvoerde die aanleiding gaven het eerdere besluit te herzien. De Raad toetste dit besluit terughoudend en concludeerde dat appellant in wezen zijn eerdere standpunten herhaalde zonder relevante nieuwe informatie.
De Raad oordeelde dat de tewerkstelling van appellant niet kan worden aangemerkt als een handeling of maatregel in de zin van de Wet en dat de overige door appellant genoemde gebeurtenissen onvoldoende zijn bevestigd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de weigering erkenning als burgeroorlogsslachtoffer is ongegrond verklaard.