ECLI:NL:CRVB:2007:BA1111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering bij overgang van onderneming zonder beëindiging dienstbetrekking
Betrokkene was werkzaam als huisschilder bij een eenmansbedrijf dat per 1 mei 2003 werd omgezet in een besloten vennootschap, waarbij het personeel werd overgenomen. Betrokkene sloot een nieuwe arbeidsovereenkomst met lagere loonvoorwaarden. Na faillissement van de besloten vennootschap werd het dienstverband opgezegd en vroeg betrokkene een WW-uitkering aan, gebaseerd op het hogere loon bij het eenmansbedrijf.
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, wees de aanvraag af omdat volgens hen geen sprake was van een beëindiging van de dienstbetrekking bij de overgang van onderneming, zodat artikel 17 van Pro de Dagloonregels niet van toepassing was. De rechtbank Breda oordeelde anders en kende de uitkering toe.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak van de rechtbank en stelde dat de arbeidsovereenkomst bij overgang van onderneming van rechtswege overgaat zonder dat er sprake is van beëindiging in de zin van artikel 17 Dagloonregels Pro. De Raad vond dat de loonsverlaging een wijziging van arbeidsvoorwaarden betrof en dat het ontslagverbod en de wettelijke bepalingen dit ondersteunen. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard en de aanvraag voor WW-uitkering wordt afgewezen omdat geen sprake is van beëindiging van de dienstbetrekking bij overgang van onderneming.