ECLI:NL:CRVB:2007:BA1308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten als glazenwasser
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo over de terugvordering van onverschuldigd betaalde WAO-uitkeringen aan betrokkene. Betrokkene ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%, maar verrichtte daarnaast werkzaamheden als zelfstandig glazenwasser zonder dit aan appellant te melden.
Appellant had de uitkering ingetrokken en een bedrag van ruim €48.000,- teruggevorderd wegens onverschuldigde betaling over de periode 27 mei 1999 tot 30 januari 2003. De rechtbank had het besluit tot intrekking en terugvordering deels vernietigd, onder meer vanwege onvoldoende medisch bewijs dat betrokkene duurzaam arbeidsongeschikt was. De Raad oordeelde echter dat appellant op grond van het ontbreken van concrete gegevens over de inkomsten van betrokkene bevoegd was om deze schattenderwijs vast te stellen, waarbij het CAO-loon van een voltijdse glazenwasser als uitgangspunt werd genomen.
De Raad verwierp de stelling van de rechtbank dat betrokkene slechts onregelmatig had gewerkt en vond dat er voldoende aanwijzingen waren dat betrokkene gedurende meerdere jaren substantieel inkomsten had genoten. Ook achtte de Raad nader medisch onderzoek niet noodzakelijk. De terugvordering werd daarom bevestigd, zij het met een lichte verlaging tot €47.042,55. Er waren geen bijzondere omstandigheden die terugvordering in de weg stonden en betrokkene had geen proceskostenvergoeding gekregen.
Uitkomst: De terugvordering van €47.042,55 wegens niet gemelde inkomsten uit werkzaamheden als glazenwasser wordt bevestigd.