ECLI:NL:CRVB:2007:BA1388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAZ-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid na 26 mei 1999
Appellant, voormalig zelfstandig metselaar, ontving vanaf 4 mei 1998 een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Deze uitkering werd per 26 mei 1999 ingetrokken omdat het UWV oordeelde dat zijn arbeidsongeschiktheid sindsdien minder dan 25% bedroeg.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid na 26 mei 1999, en dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet volledig en zorgvuldig was uitgevoerd. Hij voerde aan dat er geen Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) was opgesteld en dat er geen arbeidskundig onderzoek had plaatsgevonden.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek wel degelijk zorgvuldig was en voldoende informatie bevatte om het oordeel te baseren. Er was geen aanwijzing voor een toename van beperkingen na 26 mei 1999. Ook achtte de Raad een FML en arbeidskundig onderzoek niet noodzakelijk, mede gelet op artikel 20 van Pro de WAZ.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAZ-uitkering per 26 mei 1999 bevestigd.