ECLI:NL:CRVB:2007:BA1451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag korting en vrijstelling basispremie WAO wegens buitenwettelijk begunstigend beleid
Betrokkene diende op 9 maart 2005 een aanvraag in voor korting en vrijstelling op de basispremie WAO over 1998. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) wees deze aanvraag op 7 april 2005 af en handhaafde dit besluit bij bezwaar op 15 juli 2005. De rechtbank Breda oordeelde dat de aanvraag binnen de termijn van artikel 13, derde lid, CSV was ingediend, omdat appellant in 2002 een correctienota had opgelegd die als premievaststelling werd beschouwd.
In hoger beroep stelde appellant dat het buitenwettelijk begunstigend beleid van toepassing is, waarbij aanvragen binnen vijf jaar na afrekeningnota in behandeling worden genomen. De Raad stelde vast dat artikel 13, derde lid, CSV geen zelfstandige betekenis heeft en dat het verzoek moet worden beoordeeld volgens artikel 13, eerste lid, CSV, dat een termijn van vijf jaar na het einde van het kalenderjaar stelt waarover premie verschuldigd is.
De aanvraag van betrokkene in augustus 2004 was te laat, omdat de premieschuld over 1998 vanaf 1 januari 2004 niet meer kan worden vastgesteld. De correctienota uit 2002 doet hieraan niet af. Het beroep op artikel 13, derde lid, CSV faalt omdat dit artikel alleen de verjaring van terugvorderingen regelt en niet rechtstreeks een titel voor onverschuldigde betaling oplevert.
De Raad oordeelde dat het buitenwettelijk begunstigend beleid door de bestuursrechter terughoudend wordt getoetst en dat het beleid in deze zaak consistent en niet onredelijk is toegepast. Daarom vernietigde de Raad de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven en veroordeelde appellant tot betaling van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de aanvraag korting en vrijstelling basispremie WAO wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.