ECLI:NL:CRVB:2007:BA1456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voortzetting WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 35-45% ondanks geschil over beperkingen en functies
Appellant ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% vanwege knie-, voet- en enkelklachten aan zijn rechterbeen. Hij stelde dat zijn beperkingen, vastgelegd in het belastbaarheidspatroon II, door het UWV waren onderschat, met name op het gebied van staan, lopen, klimmen, knielen, en werken onder diverse omstandigheden. Ter ondersteuning overlegde hij brieven van fysiotherapeuten.
Diverse verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen van het UWV onderzochten appellant en stelden belastbaarheidspatronen en functiemogelijkheden vast. De bezwaarverzekeringsartsen bevestigden de beperkingen en namen de informatie van de fysiotherapeuten mee in hun beoordeling. De arbeidsdeskundigen concludeerden dat appellant met zijn beperkingen in staat moest worden geacht om bepaalde functies, zoals assemblagemedewerker, stikster en samensteller, te verrichten.
De Raad oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat de beperkingen waren onderschat en dat de functies actueel en passend waren. De mate van arbeidsongeschiktheid bleef derhalve 35 tot 45%, wat recht gaf op voortzetting van de WAO-uitkering. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de grief van appellant dat in de bezwaarfase geen nieuwe functies mochten worden geselecteerd, werd verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De voortzetting van de WAO-uitkering van appellant op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% wordt bevestigd.