ECLI:NL:CRVB:2007:BA1479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO wegens onvoldoende medische en arbeidskundige motivering
Appellant, voormalig voorman op een kunststofafdeling, viel in 1997 uit wegens rugklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend. Na een herziening in 2000 werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 65-80%. In 2002 onderzocht arts Noll appellant en concludeerde dat hij duurzame benutbare arbeid kon verrichten, wat leidde tot een verdere herziening van de uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid.
Appellant maakte bezwaar en bracht een medisch rapport in van deskundige Lok, die stelde dat de beperkingen door de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende waren meegenomen, met name ten aanzien van dynamische handelingen. De rechtbank verwierp het beroep, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) juist zijn vastgesteld.
De Raad stelt vast dat de medische grondslag ontoereikend is, mede omdat de orthopedisch chirurg Marissen beperkingen constateerde die onvoldoende zijn vertaald in de FML. Hierdoor ontbreekt ook een voldoende arbeidskundige basis voor het besluit. Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het herzieningsbesluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.