ECLI:NL:CRVB:2007:BA1617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens vervallen procesbelang na intrekking herplaatsingsbesluit
Appellant, sinds 1986 in vaste dienst bij de gemeente Ede, werd in 2004 aangewezen als herplaatsingskandidaat met het vooruitzicht op ontslag indien geen passende functie werd gevonden. In juni 2005 trok het college deze aanwijzing per direct in, waardoor de ontslagdreiging verviel en appellant bovenformatief bleef werken.
De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met de opdracht aan het college een nieuw besluit te nemen. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen termijn aan het nieuwe besluit had verbonden en onvoldoende aandacht had besteed aan zijn bovenformatieve status.
De Raad oordeelde echter dat het college met het besluit van 21 juni 2005 het primaire besluit van 13 februari 2004 duidelijk en onvoorwaardelijk had ingetrokken, waardoor het procesbelang van appellant was komen te vervallen. Dit had geleid moeten worden tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Daarnaast veroordeelde de Raad het college in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant werd vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na intrekking van het herplaatsingsbesluit.