ECLI:NL:CRVB:2007:BA1961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen WAO-besluit vernietigd wegens procesbelang
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV omtrent zijn WAO-uitkering, waarbij het UWV zijn bezwaar tegen het besluit van 9 december 2003 niet-ontvankelijk verklaarde wegens gebrek aan procesbelang. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het bezwaar tegen het besluit van 9 december 2003 mede moest worden gezien als bezwaar tegen het latere besluit van 11 december 2003, ook al was dit besluit al genomen voordat het bezwaar werd ingediend. Dit betekent dat appellant wel degelijk procesbelang heeft bij zijn bezwaar en dat de niet-ontvankelijkverklaring niet terecht was.
De Raad vernietigde daarom het besluit van 30 juli 2004 voor zover appellant niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn bezwaar tegen het besluit van 9 december 2003. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd bepaald dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen WAO-besluit wordt vernietigd wegens procesbelang; UWV veroordeeld in proceskosten.