ECLI:NL:CRVB:2007:BA1964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om haar Wajong-uitkering per 2 juni 2003 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 25%. De rechtbank Utrecht had het beroep ongegrond verklaard, waarbij zij de medische beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts en het rapport van de behandelend psychiater in ogenschouw nam. Hoewel appellante bezwaar maakte tegen de geschatte beperkingen en een onafhankelijke medische expertise verlangde, vond de rechtbank voldoende grondslag in de bestaande medische rapportages.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de overwegingen van de rechtbank onderschreven. De Raad zag geen aanleiding om de medische beperkingen anders vast te stellen of een aanvullend medisch onderzoek te gelasten. Tevens werd geoordeeld dat, ondanks de allergie van appellante voor huisstofmijt, er voldoende passende functies beschikbaar zijn die het arbeidsongeschiktheidspercentage niet wijzigen.
De Raad benadrukte dat de beoordeling zich beperkt tot de situatie op 2 juni 2003, waardoor latere verslechteringen in de psychische gezondheid buiten beschouwing blijven. Gezien deze omstandigheden bevestigde de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de Wajong-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 25%.