ECLI:NL:CRVB:2007:BA2085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wajong-uitkering wegens niet tijdig arbeidsongeschikt
Appellant, geboren in 1960 en bekend met schizofrenie, vroeg via zijn moeder een Wajong-uitkering aan. Het UWV wees deze af omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden dat hij arbeidsongeschikt was op zijn 17e en niet minimaal zes maanden studeerde in het jaar voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid.
De verzekeringsarts stelde de eerste arbeidsongeschiktheidsdag arbitrair vast op 1 maart 1982, mede gebaseerd op verklaringen dat het leven van appellant tot en met zijn militaire dienst normaal verliep. Appellant bracht een medische verklaring in van zijn huisarts, maar deze ondersteunde niet dat hij eerder arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit. De Raad oordeelde dat appellant pas na zijn militaire dienst gedecompenseerd raakte en dat het late tijdstip van aanvraag (25 jaar na de gestelde eerste arbeidsongeschiktheidsdag) voor risico van appellant komt. Het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.