ECLI:NL:CRVB:2007:BA2152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over herziening WAO-uitkering wegens onjuiste medische grondslag
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het besluit tot herziening van een WAO-uitkering niet in stand hield. Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen de herziening van haar uitkering waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 15% tot 25%.
De rechtbank oordeelde dat het besluit berustte op een onjuiste medische en arbeidskundige grondslag, omdat de verzekeringsarts de beperkingen niet correct in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) had verwerkt. In hoger beroep werd dit oordeel bestreden door de bezwaarverzekeringsarts, die stelde dat de rechtbank de medische gegevens verkeerd had geïnterpreteerd.
De Raad benoemde een onafhankelijke orthopedisch chirurg als deskundige, die na onderzoek concludeerde dat de FML en de geselecteerde functies passend waren en betrokkene in staat achtte te werken in die functies. De Raad hechtte aan dit deskundigenoordeel doorslaggevende waarde en vond geen reden het bestreden besluit onrechtmatig te achten.
Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor toepassing van aanvullende bestuursrechtelijke bepalingen zoals artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.