ECLI:NL:CRVB:2007:BA2339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens grove schuld bij overschrijding 5%-regeling in premiejaar 2003
Appellante werd door het UWV een boete opgelegd van €11.879 over het premiejaar 2003 wegens overschrijding van de 5%-regeling. Het UWV stelde dat sprake was van opzet of grove schuld en verhoogde de boete naar 37,5% vanwege een vierde overtreding. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en wees het verweer dat niet vaststaat dat meerdere overschrijdingen plaatsvonden buiten beschouwing.
In hoger beroep voerde appellante aan geen oogmerk te hebben gehad om het UWV te benadelen en dat zij geen reden had te twijfelen aan de plichtsvervulling van haar adjunct-directeur. Zij stelde ook alle nota's betaald te hebben en vond de boete niet redelijk. De Raad concludeerde echter dat er nog een aanzienlijk bedrag openstond bij de incasso en dat er geen bewijs was van tijdige loonopgaven. Appellante bleef verantwoordelijk voor het falen van haar adjunct-directeur en droeg het risico van niet tijdige opgaven.
De Raad vond geen grond voor matiging van de boete en oordeelde dat de opgelegde boete evenredig was aan de ernst van de gedraging. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de boete van 37,5% wordt bevestigd wegens grove schuld van appellante.