ECLI:NL:CRVB:2007:BA2350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum WAZ-uitkering ondanks betwisting bijzondere omstandigheid
Appellant heeft bij het UWV een WAZ-uitkering aangevraagd met ingang van 22 oktober 2000. Het UWV kende de uitkering toe op basis van vastgestelde arbeidsongeschiktheid vanaf 31 december 1997. Appellant stelde dat hij vanwege psychische redenen niet eerder een aanvraag kon indienen en dat er sprake was van een bijzondere omstandigheid die een latere ingangsdatum rechtvaardigde.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de signalen omtrent zijn gezondheidstoestand hem redelijkerwijs hadden moeten bewegen tot een eerdere aanvraag. Appellant bracht psychologisch onderzoek in, maar kon dit niet overleggen. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat appellant al vóór 22 oktober 2001 had kunnen onderkennen dat sprake was van verminderde arbeidsgeschiktheid.
De Raad benadrukte dat een bijzondere omstandigheid alleen geldt wanneer het redelijkerwijs niet aan appellant kan worden toegerekend dat hij niet eerder een aanvraag deed. Gezien de medische gegevens, ingevulde vragenlijsten en eerdere arbeidsverhoudingen was dit niet het geval. De Raad bevestigde daarom de ingangsdatum van de uitkering op 22 oktober 2000 en wees het hoger beroep af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ingangsdatum van de WAZ-uitkering op 22 oktober 2000 en wijst het hoger beroep af.