ECLI:NL:CRVB:2007:BA2354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid ondanks pijnklachten
Appellante, die sinds medio 1996 wegens rugklachten arbeidsongeschikt was, kreeg in 1997 een volledige WAO-uitkering toegekend. Uit een herbeoordeling in 2003 bleek dat haar lichamelijke en psychische belastbaarheid licht was toegenomen, waardoor zij met beperkingen weer arbeid kon verrichten. Het UWV trok daarom haar uitkering per 18 augustus 2003 in. Appellante maakte bezwaar en stelde zich op het standpunt dat haar beperkingen ernstiger waren dan het UWV aannam, mede vanwege psychische klachten en een gemist persoonlijk onderhoud met de arbeidsdeskundige.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om zich over de arbeidskundige uitgangspunten uit te laten. Hoewel appellante kritiek had op de adressering en het gemiste onderhoud, achtte de rechtbank dit niet voldoende voor vernietiging van het besluit. In hoger beroep bevestigde de Raad deze beoordeling. Het aanvullende psychiatrische rapport van 2005 bracht geen nieuwe inzichten die het oordeel konden wijzigen. De Raad vond dat de functies die het UWV passend achtte, voldoende waren toegelicht en binnen het bereik van appellante lagen.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 maart 2007.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid ondanks aanhoudende pijn- en psychische klachten.