ECLI:NL:CRVB:2007:BA2479

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-2528 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid eigen werk ondanks psychische klachten

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om hem een WAO-uitkering toe te kennen, omdat hij volgens het Uwv geschikt was om zijn eigen werk te verrichten bij het einde van de wachttijd. Appellant stelde dat hij door psychische klachten niet meer in staat was om op de arbeidsmarkt te functioneren, ook niet in zijn eigen functie als sokkenvouwer.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelt dat de rechtbank de argumenten van appellant voldoende heeft gemotiveerd en dat het door appellant overgelegde overzicht van de huisarts geen nieuw licht op de zaak werpt.

De medische onderbouwing van het bestreden besluit wordt door de Raad als deugdelijk beschouwd, waardoor het verzoek om benoeming van een psychiater als deskundige wordt afgewezen. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 april 2007.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant geschikt wordt geacht voor zijn eigen werk.

Uitspraak

05/2528 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 22 april 2005, nr. 04/5001 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 6 april 2007
I. PROCESVERLOOP
Mr. M.P. de Witte, advocaat te 's-Gravenhage, heeft namens appellant hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Mr. de Witte heeft een door de huisarts van appellant opgesteld overzicht ingezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 februari 2007. Appellant en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door J.M.W. Beers.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 7 april 2004 heeft het Uwv geweigerd appellant per 25 februari 2004 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen op de grond dat hij bij einde wachttijd geschikt was te achten voor het verrichten van zijn eigen werk.
Bij besluit van 17 november 2004 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellant tegen het besluit van 7 april 2004 ingediende bezwaar ongegrond verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft appellant in essentie dezelfde gronden naar voren gebracht als in zijn beroep bij de rechtbank. Hij acht zich met name als gevolg van psychische klachten zodanig beperkt dat het hem niet meer mogelijk is op de arbeidsmarkt te functioneren, ook niet in zijn eigen werk als sokkenvouwer in dienst van [naam Stichting]. Hij verzoekt om benoeming van een psychiater als deskundige om te beoordelen wat de aard en omvang van zijn klachten is alsmede of daarmee het eigen werk als sokkenvouwer uitgevoerd kan worden.
De Raad is van oordeel dat de rechtbank de argumenten van appellant afdoende heeft besproken en genoegzaam heeft gemotiveerd waarom die argumenten niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig. Het in hoger beroep overgelegde overzicht van de huisarts werpt geen nieuw licht op de zaak.
De Raad acht de medische grondslag van het bestreden besluit deugdelijk en ziet daarom evenmin als de rechtbank aanleiding om het verzoek om benoeming van een deskundige in te willigen.
Er zijn geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en L.H. Waller als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 april 2007.
(get.) J. Janssen.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.