ECLI:NL:CRVB:2007:BA2479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid eigen werk ondanks psychische klachten
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om hem een WAO-uitkering toe te kennen, omdat hij volgens het Uwv geschikt was om zijn eigen werk te verrichten bij het einde van de wachttijd. Appellant stelde dat hij door psychische klachten niet meer in staat was om op de arbeidsmarkt te functioneren, ook niet in zijn eigen functie als sokkenvouwer.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelt dat de rechtbank de argumenten van appellant voldoende heeft gemotiveerd en dat het door appellant overgelegde overzicht van de huisarts geen nieuw licht op de zaak werpt.
De medische onderbouwing van het bestreden besluit wordt door de Raad als deugdelijk beschouwd, waardoor het verzoek om benoeming van een psychiater als deskundige wordt afgewezen. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 april 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant geschikt wordt geacht voor zijn eigen werk.