ECLI:NL:CRVB:2007:BA2481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit ondanks betwisting medische grondslag
Appellant was sinds 21 oktober 2002 arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Het UWV herzag deze uitkering per 4 februari 2004 naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid (15-25%). Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat zijn medische situatie verslechterd was en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zijn beperkingen onvoldoende weerspiegelde.
De rechtbank Amsterdam verwierp het bezwaar en vond geen aanleiding om te twijfelen aan het oordeel van de verzekeringsartsen, mede omdat de FML was opgesteld op basis van informatie van behandelaars en het UWV. Appellant hield in hoger beroep zijn bezwaren aan, maar kon geen nieuwe medische gegevens overleggen die de eerdere beoordeling ondermijnden.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld en dat de functies die als passend werden beschouwd terecht waren aangenomen. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, waarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand bleven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van appellant af.