ECLI:NL:CRVB:2007:BA2485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante is wegens gezondheidsklachten uitgevallen voor haar werkzaamheden en heeft een WAO-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft dit geweigerd op grond dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd nadat zij het medische onderzoek van het UWV als zorgvuldig en volledig beoordeelde.
Appellante stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zij niet in staat was tot de beoordeelde werkzaamheden. De rechtbank vond echter dat de verzekeringsartsen voldoende diepgaand onderzoek hadden verricht en dat de medische informatie van behandelend artsen was betrokken. Ook de door appellante aangevoerde beperkingen, zoals het niet kunnen gebruiken van openbaar vervoer, werden niet als voldoende onderbouwd beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en oordeelt dat het UWV op goede gronden de WAO-uitkering heeft geweigerd. De aanvullende medische stukken die appellante in hoger beroep overlegt, bieden geen objectieve steun voor een ernstiger beperking. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellante een WAO-uitkering toe te kennen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.