ECLI:NL:CRVB:2007:BA2487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende arbeidsgeschiktheid ondanks psychische klachten
Appellant is het niet eens met het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering in te trekken per 20 februari 2004 wegens het oordeel dat hij geschikt is voor bepaalde werkzaamheden ondanks beperkingen.
In hoger beroep voert appellant aan dat zijn psychische klachten onderschat zijn en dat hij eerst adequate behandeling moet ondergaan voordat hij arbeidsgeschikt verklaard kan worden. Hij overlegt een rapport van een GGD-arts en een verklaring van een GZ-psycholoog ter ondersteuning.
De Raad stelt vast dat deze verklaringen niet onderbouwd zijn en niet op de relevante datum zien. Het medisch oordeel van de verzekeringsartsen, gebaseerd op een psychiatrische expertise van een psychiater, wordt als zorgvuldig en juist beoordeeld. De Raad ziet geen reden om het besluit te vernietigen of artikel 8:75 Awb Pro toe te passen.
Daarom wordt het bestreden besluit bevestigd en blijft de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant geschikt is voor arbeid ondanks psychische klachten.