ECLI:NL:CRVB:2007:BA2490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schattingsbesluit arbeidsongeschiktheid en terugvordering WAO-uitkering
Appellant ontving sinds 1998 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Door inkomsten uit arbeid in WSW-verband werd deze uitkering per 29 juni 2002 aangepast naar een fictieve mate van arbeidsongeschiktheid van 15-25%. Het UWV schortte later de uitbetaling van de WAO-uitkering op en vorderde een bedrag terug dat onverschuldigd was uitbetaald.
Appellant stelde beroep en hoger beroep in tegen deze besluiten, waarbij hij onder meer betoogde dat de vakantietoeslag niet over 12 maanden uitgesmeerd mocht worden en dat zijn maatmaninkomen niet correct was geïndexeerd volgens het Schattingsbesluit. De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep verwierpen deze grieven.
De Raad overwoog dat de wijze van vaststelling van de fictieve arbeidsongeschiktheid overeenkomstig eerdere jurisprudentie juist was toegepast en dat het UWV terecht de vakantietoeslag over 12 maanden had uitgesmeerd. Tevens werd geoordeeld dat het CBS het indexcijfer genoemd in artikel 8 van Pro het Schattingsbesluit niet meer vaststelde en dat het UWV daarom redelijkerwijs het nieuwe indexcijfer van de CAO-lonen mocht gebruiken. Het hoger beroep faalde, en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.