ECLI:NL:CRVB:2007:BA2730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde hoger beroep in tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, welke was gebaseerd op medische rapportages die onvoldoende beperkingen aantoonden. De rechtbank Assen oordeelde dat de medische gegevens geen aanleiding gaven om de beperkingen van appellante te onderschatten en dat zij in staat was om passende arbeid te verrichten.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank in haar oordeel. De Raad stelde vast dat de observaties van de bezwaarverzekeringsarts tijdens de hoorzitting geen volwaardig psychiatrisch onderzoek vormden en dat er geen reden was om te twijfelen aan de conclusies van de verzekeringsartsen. Tevens was er geen aanvullende medische informatie overgelegd door appellante.
Gelet op het feit dat appellante ten tijde van het geding in staat was werkzaamheden te verrichten die passen bij de functies waarop de schatting was gebaseerd, werd de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. De Raad zag geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende medische onderbouwing van arbeidsongeschiktheid.