ECLI:NL:CRVB:2007:BA2758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor overblijfkosten kinderen
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de overblijfkosten van haar twee zoontjes. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af omdat deze kosten niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan worden gerekend. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard door het College.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van het College ongegrond. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat op grond van artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) bijzondere bijstand alleen kan worden toegekend voor noodzakelijke kosten van het bestaan die niet uit de bijstandsnorm en andere middelen kunnen worden voldaan.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de overblijfkosten van de kinderen niet als noodzakelijke kosten kunnen worden aangemerkt. De Raad zag geen nieuwe argumenten in het hoger beroep die tot een ander oordeel konden leiden en bevestigde daarom de eerdere uitspraak. Tevens werd besloten geen proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor de overblijfkosten van de kinderen wordt bevestigd.