ECLI:NL:CRVB:2007:BA2801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-uitbetaling WAZ-uitkering wegens inkomsten uit arbeid vanuit B.V.
Appellant, een voormalig zelfstandig slager, ontving vanaf 1 mei 2000 een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Hij had zijn slagerij ondergebracht in een B.V. waarin ook zijn echtgenote werkzaam was. Het UWV besloot de uitkering over de periode 1 mei 2000 tot 1 mei 2002 niet uit te betalen vanwege inkomsten uit arbeid die appellant ontving uit de B.V.
De rechtbank oordeelde dat de maandelijkse betalingen van circa €3.144,33 aan appellant als inkomsten uit arbeid moesten worden aangemerkt en niet als arbeidsongeschiktheidspensioen. Appellant stelde in hoger beroep dat een deel van deze betalingen pensioenbetrekkingen had, maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad stelde vast dat er geen bewijs was dat de pensioenovereenkomst daadwerkelijk werd uitgevoerd door betaling van arbeidsongeschiktheidspensioen.
De Raad concludeerde dat appellant daadwerkelijk arbeid verrichtte voor de B.V. en loon ontving, hetgeen ook uit belastingaangiften en salarisstroken bleek. De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank dat de WAZ-uitkering terecht niet werd uitbetaald over de betreffende periode. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAZ-uitkering terecht niet is uitbetaald vanwege inkomsten uit arbeid uit de B.V.