ECLI:NL:CRVB:2007:BA2867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen schorsing WAO-uitkering wegens te late indiening
De appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 1 november 2005 te schorsen vanwege het niet retourneren van een inlichtingenformulier. Dit bezwaar werd echter één dag te laat ingediend, namelijk op 1 december 2005 terwijl de termijn tot 30 november liep.
Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn en vond geen bijzondere omstandigheden die deze overschrijding konden rechtvaardigen. De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep bevestigden dit oordeel.
De Raad overwoog dat appellant tijdig zijn advocaat had benaderd en dat er geen verschoonbare redenen waren voor het te laat indienen van het bezwaar. Tevens werd benadrukt dat de gevolgen van nalatigheden van een gemachtigde voor rekening van de cliënt blijven. Er was geen grond om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen.
Daarmee werd het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, en bleef het bezwaar niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de schorsing van de WAO-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare omstandigheden.