ECLI:NL:CRVB:2007:BA2887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over minder dan 15% arbeidsongeschiktheid na lichamelijke en psychische klachten
Appellante is sinds 2 juli 2001 arbeidsongeschikt geraakt door klachten aan haar linkerschouder en sinds april 2002 ook door heupklachten. Het UWV heeft haar per 1 juli 2002 administratief ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse 80 tot 100%, maar heeft bij besluit van 26 november 2002 de WAO-uitkering ingetrokken omdat medisch en arbeidskundig onderzoek uitwees dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV op 28 augustus 2003 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het UWV en de verzekeringsartsen geen onjuiste medische beperkingen hadden vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij ook psychische beperkingen ondervindt, waarvoor zij in december 2004 door haar huisarts werd verwezen voor specialistische behandeling. De Raad oordeelde echter dat deze klachten pas na de relevante datum (13 januari 2003) zijn ontstaan en dat de subjectieve ervaring van appellante niet doorslaggevend is. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en het besluit van het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt is en wijst het beroep af.