ECLI:NL:CRVB:2007:BA3113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens plichtsverzuim na contacten met familie in strafrechtelijk onderzoek
Appellant, werkzaam als hoofdagent bij de politie, werd ontslagen wegens plichtsverzuim na contacten met de familie van een collega die strafrechtelijk werd onderzocht. Hoewel hij werd vrijgesproken van strafbare feiten, oordeelde de korpsbeheerder dat zijn gedrag niet paste bij een goed ambtenaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het ontslag.
In hoger beroep stelde appellant dat er geen disciplinair onderzoek was verricht conform de richtlijn en dat zijn contacten slechts steunbetuigingen waren. De Raad overwoog dat een disciplinair onderzoek niet noodzakelijk was omdat de gedragingen konden worden vastgesteld via het strafrechtelijk onderzoek. De Raad vond dat appellant zich verwijtbaar had gedragen door onder meer het in twijfel trekken van de integriteit van een collega en het benaderen van de aangeefster via een vertrouwenspersoon.
De Raad concludeerde echter dat het ontslag onredelijk zwaar was gezien de omstandigheden, waaronder het feit dat appellant handelde vanuit vriendschap en dat het functioneren van het korps niet ernstig werd geschaad. Daarom vernietigde de Raad het besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval een nieuwe beslissing. Tevens werden de proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens plichtsverzuim wordt vernietigd en de korpsbeheerder moet een nieuwe beslissing nemen.