ECLI:NL:CRVB:2007:BA3246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht om herziening van een besluit van het UWV uit 1996 waarbij zijn WAO-uitkering werd ingetrokken. Hij stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid destijds onjuist was beoordeeld, omdat psychische klachten onvoldoende waren meegewogen. Ter onderbouwing bracht appellant een psychiatrisch rapport in.
Het UWV en de rechtbank wezen het verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening konden rechtvaardigen, zoals vereist onder artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad overwoog dat het psychiatrisch rapport niet als nieuw feit kon worden beschouwd, mede omdat de psychische klachten destijds al bekend waren.
De Raad concludeert dat het UWV bevoegd was het verzoek af te wijzen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De intrekking van de uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de intrekking van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.