ECLI:NL:CRVB:2007:BA3419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Geen overname achterstallige loonbetalingen door UWV na faillissement werkgever
Appellant was sinds 29 augustus 2000 in dienst bij zijn werkgever en werd ziek gemeld op 2 oktober 2000. Ondanks geschiktheid tot werkhervatting in 2002 heeft hij zijn werkzaamheden niet hervat. De werkgever werd op 3 augustus 2004 failliet verklaard na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten in 2003. Appellant vorderde van het UWV overname van achterstallige loonbetalingen over 2000 en 2001, vastgesteld bij eerdere vonnissen.
Het UWV wees dit verzoek af omdat de achterstallige loonbetalingen niet binnen de in artikel 64 van Pro de WW genoemde perioden vallen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV terecht de overname heeft geweigerd, omdat het dienstverband pas op 3 augustus 2004 eindigde en de vorderingen betrekking hebben op eerdere jaren.
De Raad oordeelt dat appellant geen aanspraak had op loon over de WW-periodes en dus ook niet op uitkering uit hoofde van de WW. Verder wordt het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand afgewezen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het UWV weigert terecht de overname van achterstallige loonbetalingen omdat deze niet binnen de WW-periodes vallen.