ECLI:NL:CRVB:2007:BA3493

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-1349 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 AOWArt. 13 ANWArt. 34 AOWArt. 35 AOWArt. 36 AOW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering deelname vrijwillige AOW-verzekering wegens niet-verzekerd zijn

Appellant, die enige tijd in Nederland heeft gewoond en gewerkt, keerde in 1992 terug naar Marokko en ontving destijds een WAO-uitkering. Na beëindiging van deze uitkering in 1995 en hernieuwde toekenning in 1997, meldde appellant zich in 2004 aan voor vrijwillige verzekering op grond van de AOW en ANW.

De Sociale Verzekeringsbank weigerde deelname omdat aanmelding binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering had moeten plaatsvinden en appellant sinds 1995 niet meer verplicht verzekerd was. De rechtbank onderschreef dit standpunt.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat appellant sinds 1992 niet meer verplicht verzekerd was ingevolge de AOW en ANW, mede gelet op de wettelijke bepalingen en besluiten omtrent de kring van verzekerden. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af.

Er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter H.J. Simon en is openbaar uitgesproken op 19 april 2007.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering tot deelname aan de vrijwillige AOW-verzekering wordt bevestigd.

Uitspraak

06/1349 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 februari 2006, 05/85 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: Svb)
Datum uitspraak: 19 april 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2007. Appellant is, onder inzending van het formulier proceskosten, niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.T.S.J. Maarschalkerweerd.
II. OVERWEGINGEN
Appellant heeft enige tijd in Nederland gewoond en gewerkt. Op 7 juni 1992 is appellant teruggekeerd naar Marokko, alwaar hij sindsdien woont. Ten tijde van zijn vertrek uit Nederland ontving appellant een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Nadat de WAO-uitkering van appellant met ingang van 1 mei 1995 was beëindigd, is appellant sinds 1 juli 1997 weer in het bezit gesteld van een WAO-uitkering.
In juli 2004 heeft appellant zich bij de Svb gemeld voor de vrijwillige verzekering ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) en Algemene nabestaandenwet (ANW). De Svb heeft appellant bij besluit van 7 oktober 2004, gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 10 december 2004 (hierna: het bestreden besluit), medegedeeld dat hij niet bevoegd is deel te nemen aan de vrijwillige verzekering omdat aanmelding daarvoor had moeten plaatsvinden binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering en appellant in het jaar voorafgaand aan de aanvraag niet verplicht verzekerd is geweest ingevolge de AOW en ANW. De rechtbank heeft dit standpunt in de aangevallen uitspraak onderschreven.
Appellant heeft in hoger beroep herhaald dat hij deel wil nemen aan de vrijwillige verzekering ingevolge de AOW en ANW.
De Raad overweegt als volgt.
Op grond van artikel 6 van Pro de AOW en artikel 13 van Pro de ANW is verplicht verzekerd degene die ingezetene is dan wel ingezetene is doch die ter zake van in Nederland verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Nu appellant sinds juni 1992 niet meer in Nederland heeft gewoond of gewerkt, is hij op grond van deze artikelen sindsdien niet verplicht verzekerd geweest ingevolge de AOW en ANW.
Voorts was op grond van de Besluiten inzake uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen, zoals die vanaf 1997 tot 1 januari 2000 luidden, ook verzekerd krachtens de volksverzekeringen degene die buiten Nederland is gaan wonen en die op de dag van vertrek een bepaalde Nederlandse uitkering ontving ter hoogste van tenminste een nader omschreven bedrag per maand. In aanmerking genomen dat de WAO-uitkering met ingang van 1 mei 1995 is beëindigd, is appellant op grond van deze Besluiten sindsdien niet verplicht verzekerd geweest ingevolge de AOW en ANW.
Ingevolge de artikelen 34, 35 en 36 van de AOW en 63, 63a en 63b van de ANW is vrijwillige verzekering krachtens de AOW en ANW alleen mogelijk in aansluiting op een periode van verplichte verzekering ingevolge die wetten. Aanmelding moet plaatsvinden binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering. Nu uit het hiervoor overwogene voortvloeit dat appellant met ingang van 1 mei 1995 niet verplicht verzekerd is geweest, heeft de Svb zich bij het bestreden besluit terecht op het standpunt gesteld dat appellant niet in aanmerking komt voor deelname aan de vrijwillige verzekering.
Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Kovács als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 april 2007.
(get.) H.J. Simon.
(get.) A. Kovács.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzeker-den.
BKH 170407