ECLI:NL:CRVB:2007:BA3494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering wegens meerinkomen en weigering hardheidsclausule studiefinanciering
Appellant maakte bezwaar tegen een vordering wegens meerinkomen in 2001, inclusief een boete voor het gebruik van een OV-kaart. Hij beriep zich op de hardheidsclausule van artikel 11.5 Wsf 2000, stellende dat het onvoorziene overlijden van zijn vader hem verhinderde tijdig de studiefinanciering stop te zetten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat ondanks het overlijden van de vader en het nabestaandenpensioen er sprake bleef van meerinkomen. Appellant had het grootste deel van zijn inkomsten uit arbeid na het overlijden verworven en had de studiefinanciering tijdig kunnen stopzetten.
De Raad vond dat de IB-Groep in redelijkheid kon weigeren de hardheidsclausule toe te passen. Ook de hoogte van de OV-boete stond volgens vaste rechtspraak in redelijke verhouding tot de overtreding. De Raad sprak zich niet uit over een eventueel recht op een extra jaar studiefinanciering, omdat dit buiten het huidige geschil viel.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vordering wegens meerinkomen en wijst toepassing van de hardheidsclausule af.