ECLI:NL:CRVB:2007:BA3571

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-1340 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.A. Hoogeveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens ontbreken geschil na nieuw besluit UWV

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een geschil met het UWV over een socialezekerheidszaak. Tijdens de procedure heeft het UWV een nieuw besluit genomen dat volledig tegemoetkomt aan de vorderingen van appellante. Hierdoor is het oorspronkelijke geschil komen te vervallen.

De Centrale Raad van Beroep heeft op basis van dit nieuwe besluit geoordeeld dat er geen belang meer bestaat bij het voortzetten van het hoger beroep. Partijen hebben bovendien toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen.

De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, waaronder kosten voor rechtsbijstand in bezwaar, eerste aanleg en hoger beroep, alsmede het griffierecht. De uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen op 18 april 2007.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het geschil is komen te vervallen door een nieuw besluit van het UWV.

Uitspraak

06/1340 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2006, 05/4124 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 april 2007.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. dr. G.P. Dayala, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft het Uwv bij brief van 20 november 2006 enkele vragen gesteld.
Bij brief van 28 november 2006 heeft het Uwv de Raad een afschrift van zijn besluit van 28 november 2006 toegezonden.
Bij schrijven van 14 december 2006 heeft mr. Dayala, voornoemd, desgevraagd gereageerd.
Partijen hebben toestemming gegeven een behandeling ter zitting achterwege te laten.
II. OVERWEGINGEN
Met het besluit van 28 november 2006 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellante beslist. Dit besluit komt geheel tegemoet aan het beroep van appellante. Tussen partijen bestaat, gezien de inhoud van het besluit, geen geschil meer. Derhalve heeft appellante geen belang meer bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Raad ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante, welke kosten worden begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in bezwaar, € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in eerste aanleg en € 322,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, totaal derhalve
€ 1.610,--.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.610,-- te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het door appellante betaalde griffierecht van € 140,-- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 april 2007.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) M.D.F. de Moor.