ECLI:NL:CRVB:2007:BA3667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht en herziening WWB-besluit
Appellant ontving bijstand als alleenstaande nadat zijn partner naar Suriname was vertrokken. Het College ontdekte dat appellant geldbedragen had ontvangen op een rekening die niet aan hem stond, terwijl hij ook beschikte over een eigen bankrekening waarop eveneens bedragen waren gestort. Appellant had dit niet gemeld, wat een schending van de inlichtingenplicht opleverde.
Het College herzag de bijstandsuitkering over bepaalde maanden en vorderde de teveel ontvangen bedragen terug. Tevens legde het College een verlaging van de bijstand op als sanctie. De rechtbank vernietigde het besluit van het College en gaf het College opdracht een nieuw besluit te nemen. Dit nieuwe besluit beperkte de terugvordering tot specifieke maanden en handhaafde de verlaging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het nieuwe besluit van het College een zelfstandig besluit vormde, waardoor het hoger beroep tegen de eerdere uitspraak niet-ontvankelijk was. De Raad stelde vast dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet over de gelden beschikte die op zijn naam waren gestort. Hierdoor was de inlichtingenplicht geschonden en was het College bevoegd tot herziening en terugvordering.
Ook was de verlaging van de bijstand met 40% gedurende een maand terecht opgelegd. Het beroep tegen het besluit van 2 februari 2006 werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk voor het eerdere besluit en het beroep tegen het herzieningsbesluit wordt ongegrond verklaard.