ECLI:NL:CRVB:2007:BA3688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens ontoereikend medisch onderzoek
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda die het besluit van het UWV bevestigde om haar per 11 juli 2003 geen WAO-uitkering toe te kennen. De rechtbank oordeelde dat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt was en dat het medisch onderzoek toereikend was.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het oorspronkelijke medisch onderzoek toereikend was, maar constateert dat de in hoger beroep overgelegde medische verslagen afkomstig zijn van een niet-medicus en betrekking hebben op een latere periode. Hierdoor is niet duidelijk hoe de situatie op de datum in geding was.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak omdat in hoger beroep een afdoende motivering van de arbeidskundige grondslag is verschaft. Desondanks blijft de indeling van appellante in de arbeidsongeschiktheidsklasse van minder dan 15% per 11 juli 2003 gehandhaafd, zodat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante in eerste aanleg en hoger beroep, inclusief het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.