ECLI:NL:CRVB:2007:BA3810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadresinformatie
Appellant ontving sinds 2001 een bijstandsuitkering op grond van de WWB. Het College van burgemeester en wethouders van Wassenaar vermoedde dat appellant niet woonachtig was op het opgegeven adres en liet een onderzoek uitvoeren door de sociale recherche. Uit het onderzoek bleek dat het water- en energieverbruik op het opgegeven adres extreem laag was, hetgeen erop wees dat appellant daar niet zijn hoofdverblijf had.
Tijdens een woningbezoek werden geen levensmiddelen aangetroffen en verklaringen van buurtbewoners ondersteunden deze conclusie. Appellant voerde aan dat hij bewust spaarzaam was, maar dit werd niet aannemelijk geacht. Het College trok daarom de bijstandsuitkering met ingang van 1 februari 2005 in wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond op formele gronden maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat het College bevoegd was het onderzoek te doen en dat de privacy van appellant niet onaanvaardbaar was geschonden. De strafrechtelijke vrijspraak van appellant deed aan dit bestuursrechtelijke oordeel niet af.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de intrekking van de bijstandsuitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens onjuiste informatie over het woonadres wordt bevestigd.