ECLI:NL:CRVB:2007:BA3815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen zijn onderschat en dat de functies die haar werden voorgehouden niet passend zijn. Zij verzocht tevens om een onderzoek door een onafhankelijke medisch deskundige. De rechtbank had het beroep eerder ongegrond verklaard, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
De Raad overwoog dat appellante geen aanvullende medische stukken had overgelegd die haar stellingen onderbouwen en dat ook in de bestaande medische stukken geen aanwijzingen waren voor onzorgvuldigheid. De verklaringen van de orthopeed en revalidatiearts ondersteunden de bevindingen van de verzekeringsartsen. Het UWV had met het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige in hoger beroep aan de motiveringseisen voldaan.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante. De uitspraak bevestigt dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld bij de herziening van de WAO-uitkering.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.