ECLI:NL:CRVB:2007:BA3816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige herbeoordeling
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, viel uit wegens nek-, schouder- en armklachten veroorzaakt door een discopathie met ernstige versmalling en spondylofytvorming. Het UWV weigerde na de wachttijd een WAO-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank Dordrecht vond geen aanleiding om het UWV-oordeel te betwijfelen. In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onzorgvuldig was geweest door geen aanvullende medische informatie op te vragen bij de curatieve sector. De Raad overwoog echter dat de medische informatie, inclusief een verklaring van de huisarts, reeds bekend was en geen nieuwe objectieve feiten bevatte.
De bezwaarverzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen concludeerden dat de belastbaarheid van appellant niet significant was gewijzigd en dat er geen reden was het eerdere oordeel te herzien. De Raad achtte het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en voldoende gemotiveerd, en bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen WAO-uitkering toekomt wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.