ECLI:NL:CRVB:2007:BA3817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als flexouder/kinderoppas, viel in 1999 uit wegens surmenage- en darmklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend. Na een herbeoordeling in 2003 stelde een verzekeringsarts dat zij weer duurzaam benutbare mogelijkheden had, met een afgenomen psychische belastbaarheid. De arbeidsdeskundige vond passende arbeid mogelijk zonder verlies van verdiencapaciteit, waarna het Uwv de WAO-uitkering introk.
Appellante voerde bezwaar aan met onder meer psychische problematiek, taalbarrière zonder tolk tijdens onderzoek, en twijfels over de passendheid van de geduide functies. Medische en arbeidskundige rapporten bevestigden echter de eerdere conclusies. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de beoordeling van de rechtbank en acht de medische en arbeidskundige grondslagen zorgvuldig en voldoende gemotiveerd. Er is geen aanleiding om de diagnose of de geschiktheid voor passende arbeid te herzien. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering blijft van kracht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.